BOG Stichting tot Beheer van Onroerend Goederen

Hic Jacet Robur

Deelnemers

Stichting Hic Jacet Robur

De Stichting "Hic Jacet Robur" is opgericht in 1919 door Carel Albert Reesink, directeur/firmant van de firma H.J. Reesink & Co. te Zutphen. De naam van de Stichting (latijn voor: "hier ligt de kracht"), verwijst tevens naar de voorletters van de vader van C.A. Reesink, H.J. Reesink.

C.A. Reesink, wiens denken en handelen sterk beïnvloed werd door de gevolgen van de Eerste Wereldoorlog en die een praktische instelling paarde aan een idealistische, wilde door de oprichting van de Stichting kapitaal ter beschikking stellen aan de werknemers van zijn firma, met het doel maatschappelijk nuttig te zijn en een eenheid te vormen, niet van een lagere, maar van een hogere orde, zoals op te maken valt uit het gedenkboek Reesink

Tot dat doel schonk C.A. Reesink een voor die tijd aanzienlijk kapitaal van fl. 100.000,= aan de Stichting, dat door een in de statuten genoemd College van minimaal vijf beheerders zou moeten worden beheerd. C.A. Reesink en zijn echtgenote behoorden tot het eerste College van beheerders.

Het was de bedoeling van de oprichter van de Stichting dat de werkzaamheden gaandeweg zouden worden verruimd en in de statuten van 18 december 1952 is de doelstelling omschreven als de bevordering van het algemeen welzijn, door aanwending van het kapitaal voor maatschappelijke doeleinden, i.c. genezing en verpleging van zieken en gebrekkigen, het verschaffen van onderkomen aan bejaarden of gebrekkigen, het verschaffen van passende bezigheden aan onmaatschappelijke of onvolwaardige personen of het voorzien in de behoeften aan kleine credieten van personen, behorende tot de economisch zwakke groep des volks.

 

Bij de statutenwijziging van 27 april 1981 is de doelstelling als omschreven in de eerdere akte uit 1952 overgenomen en tevens uitgebreid, in die zin dat daaraan is toegevoegd: bevordering van onderwijs en wetenschap, kunst en cultuur. De ratio van deze uitbreiding van de doelstelling van de Stichting was gelegen in de omstandigheid dat door de invoering van sociale wetgeving, zoals de Armenwet en zijn opvolger de Algemene Bijstands Wet (thans: Wet Werk en Bijstand) een aantal doelstellingen van de Stichting werden ondervangen, zodat uitbreiding van de doelgroep in de rede lag. Dat neemt niet weg dat ook in de huidige tijd kan worden voldaan aan de oorspronkelijke doelomschrijving, omdat aanvragen voor ondersteuning/financiering die binnen de doelstelling van de Stichting vallen, dikwijls niet dan wel gedeeltelijk kunnen worden afgewenteld op overheidsinstanties.